Het ABC van Gevoelens

Het ABC van Gevoelens


Voelen en Denken

Een aantal jaren terug stond ik boven op de hoofdtempel van het tempelcomplex van Chitzén Itzá, Mexico. Het was heerlijk warm en voor me een prachtig uitzicht over het tempelcomplex en de omringende jungle. Een prachtige ervaring. Dat bleek echter niet voor iedereen te gelden, naast me stond een jonge vrouw met haar rug tegen de muur gedrukt te hyperventileren. Toen ik hem vroeg of het allemaal wel goed ging, antwoordde ze me dat ze alleen maar bezig kon zijn met de vraag hoe ze in godsnaam weer heelhuids beneden zou kunnen komen. Ze verwachtte op zijn minst daarbij een paar botten te breken. Voor ons allebei exact hetzelfde uitzicht, alleen twee totaal verschillende interpretaties.

Iedereen zal dit soort situaties wel herkennen. Wat voor de een een gewone of zelfs pretttige ervaring is, is voor iemand anders een bron van angst of somberheid. Alleen, waar komt dat verschil nou vandaan? Iedereen heeft wel eens gevoelens als angst, woede of somberheid. Maar hoe komen dit soort gevoelens tot stand?

Het lijkt alsof gevoelens er als vanzelf nu eenmaal zijn. Het lijkt je te overkomen, zonder dat je er veel invloed op hebt.

Soms zijn mensen geneigd om een verband te leggen tussen de situatie en het gevoel: 'die angst heb ik altijd als ik in de auto zit' of 'als ik een paniekaanval gehad heb, heb ik altijd vreselijk de pest in', of ‘als ik bij mijn moeder op bezoek ben geweest, dan voel ik me altijd down’. Alleen, zoals we hierboven al hebben gezien, kan een zelfde situatie bij verschillende mensen totaal verschillende reacties oproepen.

Het gaat dan ook eerder om de interpretatie van een situatie, de gedachten over die situatie, dan om de situatie zelf. Het uitgangspunt wat we bij het analyseren van gevoelens hanteren is: 'Je voelt wat je denkt.'
Gevoelens worden niet veroorzaakt door de situatie waarin iemand zich bevindt, maar door de manier waarop iemand over die situatie denkt. Zo wordt de angst die iemand ervaart als iemand op hem afkomt, niet veroorzaakt door de persoon die daar loopt, maar doordat iemand denkt: 'daar komt iemand op me af, en die zal me iets aandoen!'

Denken is dus de oorzaak van gevoelens.

Dit is ook het uitgangspunt bij het ABC van Gevoelens.
Het ABC model is ontwikkeld door Albert Ellis met als doel mensen te helpen inzicht te krijgen in situaties waarin negatieve emoties een rol spelen. In zijn analyse methode spelen de ‘Activating event’ (A), de gebeurtenis, de ‘Beliefs’ (B), de gedachten over A en de ‘Consequences’ (C), de gevolgen in gevoel en gedrag, de hoofdrol. Om zicht te krijgen op welke manier je manier van denken gevoelens en gedrag veroorzaakt, kun je de situatie waarin deze ontstaan ontleden in deze drie stappen.

A: is de situatie. De ervaring of gebeurtenis die het gevoel en gedrag opwekt.

B: is het denken over A, het praten met jezelf.

C: zijn de emotionele (C1) en/of gedragsreacties (C2) op B.

Waar je naar toe wilt is dat je jezelf leert twijfelen aan het waarheidsgehalte van de automatische, negatieve gedachten (B) en jezelf leert makkelijker met situaties om te gaan.

Hoe gaat het uitdagen van ideeën op hun redelijkheid in zijn werk?
Er zijn 3 stappen in te onderscheiden:

Stap 1

Om te beginnen ga je jezelf bewust maken van jouw ideeën. Dit doe je door ze op te schrijven. Eerst schrijf je de situa­tie of gebeurtenis op (A) en wat jouw reactie op deze situatie was (C). Dan ga je ideeën opschrijven die je over die situatie hebt (B). Stop niet bij één idee, maar probeer er 3 of 4 op papier te krijgen.

Stap 2

Als je dit gedaan hebt, ga je verder met de tweede stap. Je stelt jouw ideeën (B) ter discussie en trekt ze in twijfel. Je begint met je al jouw B's nog eens te lezen en om te zetten in een vraag. Voor deze vraag gebruik je de vier vraagregels van het redelijk denken.

1. Berust dit idee op feiten die de werkelijkheid zo dicht mogelijk benade­ren, is de vraag realis­tisch? Met andere woor­den: Is het waar wat ik tegen mezelf zeg?


2. Helpt dit idee mij het gewenste doel te bereiken? Help ik mezelf ermee?

 3. Vermijd ik met deze gedachten onnodige ernstige emotione­le con­flicten?

 4. Helpt dit idee mij ernstige onnodige conflic­ten met anderen te voorkomen?

Mocht je op één van deze vragen 'nee' als antwoord krijgen dan heb je te maken met een onredelijk, irrationeel idee, dat overeenkomt met een of meer geboden van het onredelijk denken.

Stap 3: Leren anders te denken

De derde en laatste stap bij het uitdagen is dat je de irrationele gedachte B1 ver­vangt door een redelijk idee en dit denken tot een nieuwe gewoonte maakt (denk aan fase drie die in de inleiding werd genoemd). Deze zou voor B1 als volgt kunnen zijn: 'Ik kan niet weten of mijn vriend mij zal verlaten. Hij heeft niets in die richting gezegd'. 'Als ik duidelijkheid wil, dan zal ik het hem moeten vragen en me niet onnodig kwaad maken'.

 

Reactie plaatsen